Menu:

Speelplaatsbeleid

G.V. Lagere School
Sint-Lambertus
Kapelstraat 24
3660 Opglabbeek

 

 

SPEELPLAATSBELEID

VISIE
 
Het schoolkind brengt veel van zijn tijd op school door. Het is belangrijk om tussen de vele
inspanningen in de klas een ontspannende speeltijd in de dagplanning te voorzien.
Het is essentieel dat de inrichting van een speelplaats aan voorwaarden moet voldoen om te komen tot goede efficiënte speeltijden. Een doordacht beleid omtrent speelplaats en speeltijd is een noodzaak.
De visie van ons speelplaatsbeleid maakt een wezenlijk onderdeel uit van het opvoedingspro-ject van onze school:

  • We streven ernaar om de leerlingen tijdens de speeltijden op een zinvolle manier met elkaar te laten spelen en zo de relatie en de sfeer tussen de leerlingen positief te bevorderen.
  • Hierbij is er aandacht voor het unieke van elk kind.
  • Kinderen leren omgaan met verantwoordelijkheid en respect ten opzichte van zichzelf en anderen in christelijke waarden zoals brede zorg, onderlinge verbondenheid, solidariteit, vertrouwen, openheid, respect en dankbaarheid voor het leven.
  • Zo krijgt de speeltijd een positieve uitwerking op het sociaal functioneren. Kinderen leren zichzelf en de anderen beter kennen, leren elkaar accepteren, leren samenwerken, leren elkaar steun verlenen en helpen.

Dit is natuurlijk een ideale situatie die we nastreven.

Het sociaal functioneren is een groeiproces met vallen en opstaan, waarbij leerlingen de theorie in concrete situaties moeten kunnen oefenen. De speeltijd is op die manier ook een belangrijk oefenmoment.

De speelplaatsen zijn afgebakend en ingericht om de kinderen tot spelen uit te nodigen. Ook is er een speelplaatsreglement met duidelijke afspraken voor alle leerlingen.

Via het leerlingenparlement en de groene beverbus worden de leerlingen betrokken bij de inrichting van de speelplaats en het opstellen van een speelplaatsreglement.

Maar kinderen hebben ook een vrijheid om informeel, realistisch en zelfstandig te leren. Het is dus de bedoeling dat de kinderen ontdekkend en aftastend leren om zo hun eigen sociale vaardigheden bij te sturen.

We streven naar een inrichting van de speelplaats waarbij intensief en fantasievol bewegen aantrekkelijk wordt gemaakt. En dit binnen de regelgeving omtrent de veiligheid.
We realiseren ons dat een speelplaats nooit ‘ideaal’ kan zijn. We kunnen hier echter wel naar streven. We blijven daarom werken aan belangrijke aandachtspunten in ons speelplaatsbeleid.

 

EEN PREVENTIEVE WERKING

Op schoolniveau

  • een afzonderlijke speelplaats voor onder- en bovenbouw;
  • een gevarieerd aanbod speeltuigen (treintje, wiebelbrug, huisje, ballenvanger, basketbalringen, voetbaldoelen, hinkelperkjes, volleybal- en voetbalterreinen, zitbanken);
  • gestructureerde en overzichtelijke speelplaatsen met duidelijke belijningen;
  • een betrokkenheid van de leerlingen bij de inrichting via het leerlingenparlement en de groene beverbus;
  • aanbod klein spelmateriaal via spelboxen in de onderbouw en per klas in de bovenbouw voor jongens en meisjes;
  • verantwoordelijkheid bij het in orde houden van de spelkoffers;
  • aanbieden ‘spel van de maand’;
  • muziekdag op woensdag en vrijdag;
  • speelplaatsbegeleiding door meter/peter in de onderbouw;
  • beschutting en bescherming tegen zon, wind en regen;
  • een geborgen terrein waar iedereen zichzelf kan en mag zijn (Zowel de impulsieve drukke kinderen als de stille, teruggetrokken en kwetsbare kinderen moeten zich veilig en thuis kunnen voelen op de speelplaats.);
  • kinderen moeten het geleerde naar buiten kunnen brengen zodat het kind op een speelse manier kan toepassen wat het in de klas heeft geleerd;
  • inbreng van het kind bij de organisatie van het spel;
  • veiligheid van het spelmateriaal en spel blijft belangrijk (Spelen houdt in ieder geval risico in doordat kinderen tijdens het spel al ontdekkend hun grenzen verleggen. Er mag een risico zijn, maar dit moet aanvaardbaar zijn. Hiermee wordt bedoeld dat het voor de kinderen een herkenbaar en beheersbaar risico is);
  • een speelplaatsreglement waarin vermeld wordt hoe we verwachten dat leerlingen zich gedragen. Het is dus zeker geen waslijst van hetgeen allemaal verboden wordt. De regels dragen bij tot de structuur en ontnemen zeker niet de speelmogelijkheden.

In de klas

  • Elke klastitularis bespreekt het speelplaatsreglement met de leerlingen  in de klas bij het begin van het schooljaar.
  • Tijdens het schooljaar wordt dit reglement regelmatig opnieuw overlopen.
  • In de onderbouw wordt er aanvullend gewerkt met een  ruziemeter en vijf duidelijke symbolen  (doorstroming kleuterschool).
  • Door te werken met de dieren van de axenroos, leren kinderen in de onderbouw op een speelse manier mogelijke gedragsvormen verkennen en beleven.
  • Tijdens wo- en godsdienstlessen komen er regelmatig thema's rond verdraagzaamheid, respect ... aan bod. 
  • Dagelijks wordt er met de leerlingen aan sociale vaardigheden gewerkt.  Indien er een probleem is, wordt er zo goed mogelijk naar de verschillende verhalen geluisterd.  De leerkracht probeert tips te geven om het volgende keer anders op te lossen, indien nodig neemt de leerkracht maatregelen. 
  • In de bovenbouw wordt gewerkt met de slogan van de maand.  Elke maand is er een maandopening waarbij één slogan benadrukt wordt.  Elke slogan bezit een belangrijke waarde.  In elke klas wordt er ook regelmatig ingespeeld op situaties die zich voordoen.   

 

In de eetzaal tijdens de middagpauze

  • Elke donderdagmiddag wordt er een  handwerkclubje georganiseerd van 12u30 tot 13u05 voor leerlingen vanaf het derde leerjaar onder begeleiding van leerkrachten en vrijwilligers.
  • Op vrijdagmiddag is er een schaakclubje onder begeleiding van leerkrachten.
  • In de eetzaal zijn duidelijke afspraken en regels noodzakelijk: grote groep leerlingen, tafeletiquette...  
  • Meester Jaak is verantwoordelijk in de eetzaal van de bovenbouw.  Hij is telkens aanwezig bij het naar binnengaan en blijft een kwartiertje in de eetzaal.  Meester Jo heeft deze verantwoordelijkheid in de onderbouw.  De eetzaaljuffen kunnen steeds terecht bij deze leerkrachten alsook bij de directie en de zorgjuf indien ze problemen of vragen hebben.  Ze worden ook ingelicht bij speciale situaties.
  • Wij vinden het heel belangrijk dat de leerlingen ook voor deze juffen in hun moeilijke opdracht respect tonen en tillen er heel zwaar aan als leerlingen hier misbruik van maken.  Indien zich dit voordoet worden ouders hiervan op de hoogte gesteld. 

 

HET PROJECT RESPECT

Op school werd een project rond respect uitgewerkt.  Vorig schooljaar werd hier in elke klas een uitgebreide les rond gegeven door het zorgteam.   In de gang werd een hele 'respect-muur' opgebouwd met de leerlingen.  Elke twee jaar komt dit thema terug aan bod.  In de bovenbouw wordt er gewerkt rond respect en verdraagzaamheid, in de onderbouw wordt er gewerkt met een poppenspel en een les in de klas rond lief zijn voor elkaar.  Wij opteren ervoor om rond dit thema te werken en zo door een positieve aanpak pestgedrag te vermijden.

 

EXTRA ZORG INDIEN NODIG

Alle leerkrachten kunnen steeds beroep doen op het zorgteam:
Er is een koffer met materiaal voor klassen die moeite hebben met samen spelen op de speelplaats.
De zorgleerkracht maakt afspraken met de jonge voetballertjes. (klasoverschrijdend)
We bieden individuele begeleiding van kinderen die het sociaal moeilijk hebben.  (ook doorheen de jaren)
Met 'Kids-skills' worden kinderen die een bepaalde vaardigheid niet bezitten bijgestuurd. 
Er zijn gesprekken met groepen leerlingen i.v.m. sociale probleempjes op de speelplaats. Leerlingen leren aangeven wat ze niet leuk vinden, leerlingen leren praten over bepaalde gevoelens bij situaties.
Voor bepaalde groepen leerlingen worden buddy's aangesteld om te leren spelen op de speelplaats.
Briefing aan ouders van kinderen die sociale problemen hebben. We gaan in overleg met ouders, buitenschoolse instanties ...
Klassen kunnen worden overgenomen zodat klasleerkrachten acties kunnen uitwerken voor hun klas. 
Samen met de leerkrachten en/of clb worden trajecten uitgezet om kinderen gericht te begeleiden in probleemsituaties.
Doorverwijzingen worden breed gedragen door: zorgcoördinator, zorgleerkracht, directie, klastitularis, clb, ouders, externe instanties. 

 

GAAT HET TOCH FOUT....

De leerlingen kennen allemaal de klas- en speelplaatsregels, indien ze die meermaals overtreden weten ze ook dat er een sanctie volgt. 
De klasleerkracht probeert een juist beeld te krijgen van het voorval door naar meerdere partijen te luisteren. Hij/zij beslist of er gevolg aan gegeven wordt.  Hij/zij bepaalt ook een eventuele sanctie indien nodig.  (uitsluiten van een speeltijd, time-out, excuses aanbieden).  Indien nodig wordt er een nota in de agenda geschreven.  Niet alle voorvallen worden onmiddellijk aan de ouders gemeld. 
In sommige gevallen worden leerlingen onmiddellijk in time-out gezet zonder gesprek.  (bij vechtpartijen, scheldpartijen waar de leerlingen even niet voor rede vatbaar zijn) Later wordt het voorval besproken en volgt er een sanctie.
Sommige leerlingen kunnen een volgkaart krijgen.  Indien ze echt in de fout gaan, wordt dit hierop genoteerd.  Na 3 verwittigingen worden de leerlingen uitgesloten voor een leuke activiteit.  Ouders worden hiervan op de hoogte gebracht.  
In sommige gevallen dienen de leerlingen zich te gaan verantwoorden bij de directie. 

 

WAT VERWACHT DE SCHOOL VAN DE OUDERS (De ouderraad heeft hierbij een sensibiliserende opdracht)

Communiceer met de juiste personen
Stap met het verhaal in eerste instantie naar de klastitularis.  De klastitularis is de eerste persoon die moet weten als er iets fout loopt. 
Daarnaast kan en mag er ook altijd contact genomen worden met de zorgcoördinator.
Indien nodig kan hierna ook contact gelegd worden met de directie.  
 

Check het verhaal van je kind
Voor een kind is het soms heel moeilijk om een verhaal juist te vertellen.  Kleinere kinderen vertellen soms flarden van gehelen en grotere kinderen zullen soms verhalen vertellen waarbij ze hun eigen aandeel vaak vergeten.
Reageer rustig en check het verhaal zeker even op school!

Praat  af en toe eens met je kind over sociale vaardigheden
Praat met je kind over het verschil tussen pesten en plagen.  
Leer je kind weerbaar worden.  Leer hen aangeven bij hun vriendjes als ze iets niet leuk vinden.  Leer hen 'stop' zeggen.
Stel je kind gerust, vertel dat elk kind wel eens iets meemaakt wat niet leuk is. 
Indien je merkt dat je kind(eren) enkel de negatieve dingen vertellen, probeer hen te leren dat ze elke dag minstens ook een leuke ervaring vertellen. 

 

DE ROL VAN DE LEERKRACHT

Tijdens de speeltijden is er toezicht op de speelplaatsen door leerkrachten of personeel middagtoezicht.
De toezichters hebben een observerende taak. Zij bewaren het overzicht op het speelterrein. Enkel indien het fout loopt op de speelplaats grijpt de toezichter in en zal probeert het probleem onmiddellijk op te lossen.
De klastitularis wordt na de speeltijd door de toezichthouder op de hoogte gebracht. De klastitularis blijft immers eerste aanspreekpunt voor zijn/haar klas ook tijdens de speeltijd.
Hij/zij zal met de leerling de nodige maatregelen nemen: gesprek, afspraken maken, nota in de agenda van het kind, ouders contacteren, een passende straf…

 

TOT SLOT ...
Wij realiseren ons dat een speelplaats en een speelplaatsbeleid nooit 'ideaal' kan zijn, daarom is deze nota een werkinstrument dat ieder jaar op school zal geëvalueerd en aangepast worden samen met al de leerkrachten. 
Bij probleemsituaties is een goede samenwerking met de ouders noodzakelijk !